Als je overbezorgd bent over je kind of iemand anders die je lief hebt, dan gaat de ander zich voelen zoals de kat op de foto. Gevangen door een teveel aan liefde.

Het liefst wil je je dierbare en al helemaal je kind behoeden voor alles wat niet prettig is. Daarmee bedoel ik de levenslessen en niet echt gevaarlijke situaties natuurlijk. De ander heeft ruimte nodig om zelf de ervaringen aan te gaan, en dus ook om fouten te maken. Door vallen en opstaan leert men. En door telkens voor de ander een kussentje neer te leggen, worden de consequenties van keuzes niet ervaren. Bovendien krijgt die ander dan gewoon nog een keer dezelfde ervaring te verwerken tot de les begrepen is. Dat zul je zelf misschien ook zo ervaren in je leven. Je krijgt telkens dezelfde situatie voor je kiezen totdat je begrijpt wat je daarin anders kunt doen of eruit te leren hebt. 

Projectie van eigen angsten

Als je overbezorgd bent dan weet je vaak wel dat dit helemaal niet goed is en de ander niet helpt. Het zijn vooral je eigen angsten die geprojecteerd worden. Als jij hoogtevrees hebt, zul je misschien vanuit die angst iemand uit het hoofd willen praten om te gaan bungy jumpen. En dan is er nog het aspect dat overbezorgdheid ten koste gaat van jouw eigen levensgeluk. Al het gepieker over die ander verzwaren jou en maken dat je er juist niet op een positieve manier voor de ander kunt zijn. De over van overbezorgd is als de ‘te’ voor te veel. Wat je ermee creëert bij de ander is onzekerheid, want voor de ander voelt het alsof je geen vertrouwen hebt in de manier waarop diegene iets aanpakt.

Het beteugelen van je overbezorgdheid

Dat je best wel weet dat je overbezorgd bent is één ding. Maar hoe hou je het onder controle? Ik zal je wat tips geven hoe je hiermee om kunt gaan.

Tip 1
Onthoudt dat je zorgen maken betekent dat jij je focus op de negatieve uitkomst van een situatie hebt. Kijk ook eens naar de voordelen die het kan opleveren.

Tip 2
Niet jouw circus, niet jouw apen. Jij maakt je druk om iets wat een ander aangaat, terwijl die ander misschien er net zo vrolijk en zorgeloos om is als anders. Jij hebt een aap op je schouder die helemaal niet van jou is, laat het daar waar het hoort. Stel jezelf de vraag of het jouw probleem is. Zo niet, neem dan de rol van waarnemer aan en niet die van deelnemer. Daardoor kun je veel krachtiger en objectiever aanwezig zijn voor de ander. Dit is voor alle partijen prettiger.

Tip 3
Neem eens onder de loep wat maakt dat je je bezorgd voelt? Kijk naar je eigen angst die eronder ligt, is het reëel om deze angst op de ander te plakken? Wat jou angstig maakt, of waar jij nare ervaringen mee hebt, hoeft voor een ander niet te gelden. Voor je het weet hebben jouw kinderen allerlei angsten die eigenlijk van jou zijn.

Tip 4
Vraag jezelf eens heel eerlijk of de zorgen die jij om een ander hebt, een afleidingsmanoeuvre zijn voor je eigen sores. Zolang je met een ander bezig bent, hoef je niet in de spiegel te kijken en je eigen problemen onder ogen te komen. Als dat het geval is, dan is het de hoogste tijd om met jezelf aan de slag te gaan en je bevrijden van andermans juk. Dan kun je daarna weer je eigen levensgeluk ervaren en de ander ook het pad te laten lopen waarbij je alleen een metgezel bent en geen medelijder.

Kortom: Wees de liefdevolle begeleider, maar rol niet de stenen van andermans weg, het is jouw weg niet!